Introductie casus

Johan, een cliënt, functionerend op matig verstandelijk niveau met bijkomende handicap vanuit het autistisch spectrum, wil graag ’s-morgens na het douchen koffie krijgen in zijn appartement.
Hij vraagt enigszins dwingend aan een collega die pas twee maanden in dienst is: “Kom je me om 8 uur mijn koffie brengen?”
Met weerzin, “het lijkt hier wel een hotel”, klopt de begeleider exact om 8 uur bij Johan aan met de mededeling: “Johan ik heb je koffie hier” en betreedt het appartement.
Johan staat nog onder de douche en gaat enorm uit zijn dak,
“ik laat me niet opjutten voor een kopje koffie”… gevolgd door een enorme scheldpartij.
 

Zijn teksten kun je scharen onder ernstige verbale agressie.
De begeleider pikt deze teksten niet en normeert, corrigeert Johan.
De situatie escaleert tot fysieke agressie.

 

Navraag leert dat Johan geen klok kan kijken.

Wat ging hier mis??

 

Casus
Een meervoudig gehandicapte vrouw van 28 blijkt zwanger.
Zij wordt ambulant begeleidt door jou en je collega's
De vader is een ex-vriend die nu de zorg wil gaan delen.
Over twee maanden is de baby er.
Met de ouders van de vrouw is moeizaam contact.
Met de ouders van de vriend is geen contact

Wat komt er in je op?
Welke vraagtekens heb jij?
Wat is voor jou informatie die je nodig hebt om je werk goed te kunnen doen?

Wat verwacht je van jezelf?
Van de teamgenoten?
Van het management

Het team zit vol vraagtekens en vooroordelen
Wat is je plan en hoe maak je dit bespreekbaar?
Zijn er verschillende rollen te onderscheiden?




Casus

Er wordt door een collega gestolen.
Alleen, je weet niet wie het is.

Wat is de invloed van deze gebeurtenis op jouw/jullie zorg voor cliënten op korte of langere termijn.
Hoe ga je te werk?

Casus 1

Cliënt Peter heeft sterk de neiging om in "mijn ruimte" te komen, wanneer hij met me praat.

Hij komt te dichtbij en lijkt niet vanzelf aan te voelen, dat ik dit niet prettig vind en dat het eigenlijk ongepast is om zo met mensen te communiceren.

Ik heb hem daar al wel eens van bewust gemaakt door hem te vragen een stapje naar achteren te doen, omdat ik dat prettiger vind. Daar bij heb ik ook zijn gedrag gespiegeld om hem zo zelf gelaten ervaren hoe het is als iemand ineens zo recht voor je neus tegen je begint te praten. Op dat moment past hij zijn gedrag aan en neemt meer afstand maar het is geen structurele oplossing. Daarbij komt, dat ik het idee heb dat hij het als persoonlijke kritiek ervaart en zich gekwetst voelt, wat niet mijn bedoeling is. Ik wil hem bewust maken en iets leren.

 

Casus 2:

Cliënt Henk is een jongen die altijd bezig is met meiden, verkering, hoe ontmoet je meisjes, waar ontmoet je meisjes, hoe pak je het krijgen van een relatie aan, hoe krijg je een date, wat doe je op een date enz enz. Hij is hier enorm door gefascineerd en kan dit onderwerp maar moeilijk loslaten. Dit uit zich in het stellen van talloze vragen over dit onderwerp. En ook vragen persoonlijke vragen over mijn relatie. Ik merk bij mezelf, dat ik telkens een afweging moet maken over hoe te antwoorden, wat vertel je wel of niet, wat is van belang, welke les wil ik hem meegeven, zijn dit vragen voor mij of moet hij hiervoor bij zijn ouders zijn (die overigens een zeer conservatieve gedachtegang hebben die niet overeen komt met de mijne).

Het is een onzekere jongen die zijn mening laat afhangen van wat anderen zeggen. Hij heeft weinig eigenwaarde en zelfvertrouwen, waardoor hij niet zelfstandig lijkt te kunnen denken. Daar heeft hij andere volwassenen voor nodig en wat jij zegt lijkt hij voor waar aan te nemen.

23/10/2014